Geologen onderzoeken potentiële Griekse Bermudadriehoek

1 juni 2000

Zeebodemonderzoekers van de Universiteit Utrecht hebben in mei uitgebreid monsters genomen in de Middellandse Zee. De aandacht ging uit naar de bodem van onderzeese pekelmeren en de klimaatsgeschiedenis. De bodem van deze meertjes zit vol met methaangas, dat als het vrijkomt niet alleen voor een 'rottende zee' en een toename van het broeikaseffect zorgt, maar ook schepen kan doen zinken. De eerste verrassende resultaten van het door NWO gefinancierde onderzoek komen nu binnen.

De onderzoekers namen op vijfhonderd meter diepte monsters van de zeebodem en bestudeerden het lagenpatroon van elders genomen boorkernen tot acht meter diepte. De lagen, vergelijkbaar met de jaarringen van een boom, geven informatie over het verleden en helpen bij het doen van uitspraken over de gevolgen van toekomstige klimaatveranderingen. Een donkergroene laag in de boorkern vertelde meer over gebeurtenissen die zich negen- tot zesduizend jaar geleden afspeelden. In deze periode was de Sahara geen woestijn maar een savanne met grote meren en bossen. De donkergroene laag blijkt in tweeën gesplitst. Dat kan duiden op een tijdelijke abrupte verandering van het klimaat. Of dit werkelijk het geval is, moet nog blijken uit nader onderzoek.

Een klimaatsverandering rond de Middellandse Zee kan vergaande gevolgen hebben. In de zeebodem van de Middellandse Zee zit honderd keer meer gas dan Nederland per jaar verbruikt. Dit methaangas, ligt nu nog veilig opgeslagen in de zeebodem. Als de temperatuur stijgt kan het vrijkomen. Het methaan is een broeikasgas dat dertig keer schadelijker is dan koolstofdioxide. Grote bellen opstijgend methaangas verplaatsen zoveel water dat schepen kunnen zinken, zodat dit zeegebied wel gezien wordt als de Griekse Bermudadriehoek. Als het methaan langzaam vrijkomt, onttrekt het zuurstof aan het water. Er blijft dan minder zuurstof over voor het plankton. Het plankton sterft en veroorzaakt een rotte-eierenlucht.

De Utrechtse onderzoekers verrichtten hun onderzoek aan boord van onderzoeksschip de Pelagia van het Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee (NIOZ). De Pelagia meerde op 8 juni aan in de thuishaven Texel na een reis rond Afrika van vijf maanden. Op een van de laatste etappes van Suez naar het Spaanse Algeciras stapten de zeebodemonderzoekers aan boord.

De Middellandse Zee is ideaal terrein voor bodem-onderzoek, onder andere omdat daar de bodem niet zo wordt omgewoeld. De komende tijd gaan de onder-zoekers de bodemmonsters bestuderen. De monsters blijven niet in zijn geheel in Utrecht. Delen gaan naar Italië, Frankrijk, Engeland en Portugal voor gespecialiseerd onderzoek, zoals datering met behulp van isotopen.

.............................. 

Nadere informatie bij:

  • dr. Gert de Lange (UU)
  • tel. (030) 2535034, fax (030) 2535030
  • e-mail gdelange@geo.uu.nl